Print This Page

Waarom verkeerde voeding ADD en ADHD klachten veroorzaakt

Het voedingspatroon van de ouders beïnvloedt de genen van hun kinderen

Zoals een muzikant verschillende interpretaties kan spelen van hetzelfde muziekstuk, zo kunnen de verschillende omgevingsfactoren (bv. voeding) het gedrag van het erfelijk materiaal (genen) wijzigen. Deze overerving blijkt een tweede erfelijke factor te zijn, naast het “gewone” erfelijke (DNA) materiaal. Uit onderzoek blijkt immers dat mensen met ADD/ADHD geen fouten hebben in de schrijfcode van de genen R. Dit is de medische term voor genetische aandoeningen. Wel hebben ze genen die anders werken onder invloed van troostvoeding R en andere factoren zoals pesticiden R. Dit wordt epigenetische aandoeningen genoemd. Het betekent dat het gen er normaal uitziet (correcte DNA-code) maar zich abnormaal gedraagt. Deze abnormale gedragingen worden opgeslagen in het epigenetisch werkgeheugen van de genen en doorgegeven aan de volgende generatie(s).

In 2010 publiceerde ‘The Lancet’ – het meest toonaangevende medische vakblad – een artikel over erfelijkheid. Hierin stelde de auteurs dat het begrip erfelijkheid bewust verkeerd wordt gecommuniceerd naar de patiënten R. De leek denkt bij erfelijkheid of genen onmiddellijk aan ‘ongeneesbaar’. Terwijl meer dan 90% van de aandoeningen veroorzaakt worden door epigenetische en niet door een genetische factoren. Epigenetische aandoeningen zijn meestal omkeerbaar en worden veroorzaakt door omgevingsfactoren (bv. voeding). Genetische aandoeningen ontstaan door onherstelbare mutaties en komen voor bij minder dan 0,5% van de aandoeningen.

 Schema: verschil tussen een genetische en een epigenetische aandoening

Binnen de context van het endorfine/dopamine beloningssysteem, zien we dat het troostvoeding dieet van de ouders, kan leiden tot een wijziging in de genen die het beloningssysteem aansturen R . Met name endorfine en dopamine, twee stoffen die betrokken zijn bij het ontstaan van onder meer ADD, ADHD, depressie en (chronische) vermoeidheid. Eenmaal men de consequenties van deze logica toepast bij de behandeling van deze kinderen (en volwassenen) komt men al snel tot langdurige en blijvende resultaten. In tegenstelling tot het gebruik van stimulerende geneesmiddelen die in aanvang goed blijken te werken, maar al snel uitgewerkt zijn R. Bovendien verergert men op deze manier het probleem. Immers overstimulatie van het beloningssysteem was de initiële oorzaak van de beloningsproblematiek.

Wat opvalt is dat veel van deze AD(H)D-patiënten aan zelfmedicatie doen,  veelal omdat ze geen besef hebben over de oorzaken van hun toestand. De een speelt urenlang met computerspelletjes of is verslaafd aan internet, porno, seks, geneesmiddelen of drugs. In de meeste gevallen wordt troostvoeding gebruikt als zelfmedicatie.  Aanpassing van de voeding beangstigt veel mensen. Het is alsof ze hun levenslijn doorsnijden. Het geeft hun de illusie dat ze minder gaan genieten. Nochtans is een correct dieet gecombineerd met voedingssupplementen met een epigenetsiche werking de snelste weg om het probleem aan de basis aan te pakken.

ADHD of ADD op één generatie

Troostvoeding heeft een stimulerend effect op het activeren van het beloningssysteem. Daarom eten we zo graag suiker, pizza, hamburgers, ijsjes, brood of chocolade. Helaas zijn onze hersenen door de evolutie heen niet aangepast aan het verwerken van zoveel ‘orale’ beloningen. Het gevolg van al deze stimulatie is dat het beloningssysteem verzadigd raakt en minder goed functioneert. Routinezaken blijken nog amper een beloningseffect op te leveren. Hierdoor gaat men  al wat vaker uitstellen. Men zoekt sterkere prikkels op. Dit verschijnsel is goed waar te nemen bij kinderen met ADD/ADHD. Hoewel ze worden gediagnosticeerd met een ‘aandachtsstoornis’ hebben ze wel aandacht als ze iets leuk vinden. M.a.w. de oorzaak van hun problematiek is niet zozeer een ‘aandachtsprobleem” als wel een ‘motivatieprobleem’. 

Schema: het ontstaan van aandoeningen met een endorfine en dopamine probleem

Is er een verband tussen het dieet van de ouders en de genen van hun kinderen? Om dit na te gaan gaf men aan zwangere ratten troostvoeding. Nadien onderzocht men de hersenen van de nakomelingen.  Zo bleek dat de baby ratten 280% minder endorfine en 190 % minder dopamine aanmaakten R.  De oorzaak was een wijziging in de werking van de endorfine en dopamine genen. Onderzoek bij mensen laat een gelijkaardig resultaat zien. Suiker R, ijsroom R  en tarweproducten R verminderen niet alleen de gevoeligheid voor beloningen, het blijkt tevens een effect te hebben op de genen van de volgende generatie.  Althans op de werking ervan. Het begrip ‘erfelijkheid’ wordt plots veel ruimer. Het gaat niet alleen om een afwijking in de DNA-code. Maar eerder om het feit dat (1) genen zich kunnen aanpassen aan een veranderde omgeving en (2) dit nieuwe gedrag vervolgens doorgeven aan de volgende generatie. Als overstimulatie de oorzaak is, waarom zou nog méér stimulatie het probleem dan structureel kunnen oplossen?

De standaardbehandeling van mensen met ADD en ADHD is het beloningssysteem wakker te schudden met stimulerende geneesmiddelen. Deze middelen werken als een soort ‘Doornroosje effect’. De slapende (onaandachtige) prinses wordt wakker gekust met geneesmiddelen. Helaas valt ze achteraf in een nog diepere slaap, eenmaal het middel is uitgewerkt.  Psychostimulantia zoals Ritalin®/Rilatine® werken prima, alleen hebben ze een beperkt bereik. Na gemiddeld één à twee jaar zijn ze uitgewerkt R. Bij mensen met ADD en autisme zijn deze middelen al na minder dan een half jaar uitgewerkt. Het beloningssysteem is te vergelijken met een investering op langere termijn. Wie nu het kapitaal opsoupeert, heeft later geen intrest. Troostvoeding zorgt ervoor dat het kapitaal (elk jaar)  zakt.

Schema: de symptomen van een exorfinen belasting