Print This Page

Het endorfine systeem

Wie het voedsel- en geneesmiddelencircuit controleert, heerst over de mensheid.
Wie het endorfine systeem controleert, heerst over de gezondheid.

Endorfine

Het volledige artikel met referenties kunt u terugvinden op deze pagina

Inleiding

Endorfine roept meestal associaties op met pijn of genot, zoals het eten van chocolade. Maar de werking van endorfine is veel ruimer. Het endorfinesysteem moduleert meer dan honderd lichaamsfuncties. Zo zorgt endorfine voor vrijgave van dopamine en insuline en vermindert ze allergische reacties en voedselovergevoeligheden. Endorfine is het snelst werkende antistresshormoon. Het is een natuurlijk antidepressivum en een natuurlijke angstremmer. Endorfine beschermt ons bovendien tegen ouderdomsverschijnselen en kanker. Deze stof speelt een belangrijke rol in socialisatie, leerprocessen en zingeving van het leven. Mensen met een verminderde endorfinegevoeligheid ervaren vaak dat ze iets tekortkomen in het leven. Dit gevoel compenseren ze bijvoorbeeld door meer te eten, harder te werken of drugs te gebruiken. Zo hopen ze het ‘lege’ gevoel te verzachten.

Het endorfinesysteem is een netwerk van verschillende receptoren, waarop zich morfineachtige stoffen (opioïden) hechten. Deze opioïden kunnen van lichaamseigen (bv. endorfine) of lichaamsvreemde (bv. exorfinen uit voeding) oorsprong zijn. De endorfinereceptoren bevinden zich in het hele lichaam. De grootste concentraties zijn te vinden in de hersenen, de huid, het maag-darmkanaal, de lymfocyten, het beenmerg en het ruggenmerg.

Functies

Het endorfinesysteem is in de eerste plaats een modulator. Dit betekent dat het endorfinesysteem de werking van verschillende neurotransmitters, hormonen, immuuncellen, ontstekingsstoffen en genen activeert en remt. Daarnaast is endorfine betrokken bij diverse processen; kanker, stressweerstand, neurogenese, celherstel, het opruimen van oxidatieve stress, vruchtbaarheid, anti-aging, pijnmodulatie, zintuiglijke prikkels, motoriek, geheugen, maagzuur- en thermoregulatie bij fysieke stress.

Het endorfinesysteem activeert het dopaminebeloningssysteem, de insulinehuishouding, de stressweerstand en het immuunsysteem. Dit verklaart waarom zo veel mensen met ADD/ADHD, ASS en andere psychische problemen te kampen hebben met andere aandoeningen die verband houden met de werking van endorfine.

Exorfinen en morfine

De werking van morfine is vergelijkbaar met die van endorfine en exorfinen. De activiteit van opioïden hangt af van welke receptoren ze bezetten en welke affiniteit ze hebben voor deze receptoren. Morfine heeft bijvoorbeeld een grotere affiniteit voor endorfinereceptoren dan endorfine. Dit betekent dat morfine meer endorfinereceptoren zal activeren dan endorfine. Door deze competitieve werking wordt het lichaam minder gevoelig voor endorfine.

Mensen die langdurig worden behandeld met morfine zullen dan ook problemen krijgen met de werking van het endorfinesysteem. Deze mensen ontwikkelen binnen een paar weken de volgende ADD-symptomen: concentratieproblemen, hoge stressgevoeligheid, wisselende stemmingen en motivatieproblemen. Door de verminderde werking van endorfine neemt namelijk ook de werking van dopamine en cortisol af.
Iets vergelijkbaars gebeurt bij mensen met een exorfinenbelasting. Exorfinen hechten op dezelfde endorfinereceptoren als morfine, maar met een wisselende affiniteit. In de hersenen R hebben exorfinen een tien keer grotere affiniteit dan morfine, maar in het darmkanaal R hebben ze een acht keer kleinere affiniteit dan morfine. Dr. Forest Tennant deed onderzoek bij patiënten die tien jaar of langer morfine kregen toegediend. Daarvan ontwikkelde 12,5% fibromyalgie R.  Exorfinen werken zoals geneesmiddelen, maar alleen bij mensen met een DPP-IV-enzymprobleem. Dit enzym breekt exorfinen af, zowel in de bloedbaan als in de hersenen en elders.

Alle DPP-IV-enzym remmende factoren leiden tot een opeenstapeling van exorfinen, waardoor het endorfinesysteem minder goed werkt. Een van de functies van het endorfinesysteem is het stimuleren van de dopamine-uitstoot. Kijken we bijvoorbeeld naar mensen met ADD/ADHD, dan zien we dat deze mensen de hoogste pesticidenconcentraties in het bloed hebben R. Pesticiden zijn DPP-IV remmers R en R2, net zoals antibiotica, smaakversterkers en kwik. Een hoge pesticidenconcentratie in het bloed zorgt er dus voor dat het endorfinesysteem minder goed werkt. We hoeven dus niet zo ver te zoeken om de oorzaken van de dopamineproblematiek te vinden.
Maar waarom ‘slaan’ dan niet alle mensen deze pesticiden in hun lichaam ‘op’? Het antwoord op deze vraag kwam uit geheel onverwachte hoek. Uit onderzoek bij apen bleek dat gluten de ontgifting van lichaamsvreemde stoffen blokkeert R. Althans, bij de apen die een genetisch conflict hadden met gluten. Bijna 40% van de bevolking heeft namelijk genen die tot coeliakie (glutenintolerantie) kunnen leiden R. Maar 1% daarvan ontwikkelt daadwerkelijk deze ziekte. Wetenschappers gaan ervan uit dat de overige 39% andere complicaties kan ontwikkelen. Bijvoorbeeld de hierboven genoemde opeenstapeling van pesticiden.

Schema: De psychische kenmerken van een langdurige morfinebehandeling komen overeen met die van een exorfinenbelasting.

Deficiënt endorfinesysteem

De problematiek van het endorfinesysteem lijkt ingewikkeld, maar het is zoals professor Muskiet het zo treffend verwoordde R:  “Bij deze educatie kan de stelling van Loesje gehanteerd worden: ‘het lijkt simpel en dat is het ook’.” De kern van de endorfineproblematiek is de wisselwerking tussen overdaad en genetische correctie. Hiermee wordt bedoeld dat het endorfinesysteem van de moderne mens overgestimuleerd wordt.

De belangrijkste oorzaak is de DPP-IV-enzymproblematiek. Doordat de werking van het DPP-IV-enzym via diverse chemische stoffen wordt geremd, valt de bescherming tegen exorfinen weg. Exorfinen zorgen zoals alle andere opioïden voor een chronische activatie van het endorfinesysteem, waardoor de gevoeligheid van het endorfinesysteem afneemt.
Endorfineresistentie veroorzaakt een waterval aan reacties zoals stressovergevoeligheid, emotionele overgevoeligheid en socialisatieproblemen. Om de endorfineresistentie te compenseren gaat men meer (of verkeerd) eten of probeert men met dwangmatig gedrag, porno, computerspelletjes, nieuwe relaties, alcohol of drugs meer endorfine te scoren. Al deze factoren zorgen voor een extra stimulatie van het endorfinesysteem, waardoor de problematiek alleen maar verergert. Tot overmaat van ramp geeft men aan mensen met ADD/ADHD geneesmiddelen (bv. methylfenidaat) die het endorfinesysteem nog méér activerenn R en R2. Bij volwassenen leidt dit al vrij snel tot een complete endorfineblokkade, met stressstoornissen, depressie en angsten tot gevolg.

Het lichaam heeft twee aanpassingsmechanismen om de overactiviteit van het endorfinesysteem te reguleren. In de eerste fase zal de cel (of hersencel) de overactiviteit van het endorfinesysteem proberen te compenseren. Zodra de cellulaire adaptatie niet meer volstaat, schakelt het lichaam over op genetische adaptatie. Deze genetische ‘werkaanpassing’ wordt opgeslagen in het gengeheugen en vervolgens doorgegeven aan de volgende generatie. Dit verklaart waarom het aantal mensen met een chronische, psychische en degeneratieve aandoening razendsnel toeneemt.