Print This Page

Het endorfine en dopamine beloningssysteem werkt optimaal indien er aan drie voorwaarden wordt voldaan

Exorfinen en endorfine

Endorfine is een meester-modulator en is als dusdanig actief in de hersenen en bijna alle andere cellen van het lichaam. Het begrip ‘modulator’ betekent dat endorfine de gevoeligheid van honderden andere neurotransmitters, hormonen, genen en eiwitten remt of stimuleert.

Geen enkele andere stof in ons lichaam heeft zoveel invloed als endorfine!  Om deze functie naar behoren te kunnen uitvoeren, is een maximale gevoeligheid vereist. Door de afgenomen gevoeligheid van het beloningssysteem, raakt tevens de modulator-functie van endorfine verstoord. Sommige signaalstoffen en genen worden teveel gestimuleerd, andere dan weer te weinig. Zoals bijvoorbeeld de aanmaak van anti-kankerstoffen, de rijping van witte bloedcellen (bescherming tegen allergieën) en het in stand houden van de insuline gevoeligheid (oorzaak diabetes type 2). Endorfine is tevens een neurotrofe stof die ons moet beschermen tegen insuline dominantie en neuro-degeneratie. Dit resulteert in degeneratieve aandoeningen met een beta-amyloid problematiek. Een eiwit dat ervoor zorgt dat de dopamine-neuronen worden afgebroken en aan de basis ligt van de ziekte van Parkinson en Alzheimer. De vorming van beta-amyloid wordt tegengegaan door het optimaal functioneren van het endorfinesysteem R. Voeding is niet alleen de oorzaak van heel wat aandoeningen, het bewerkstelligt tevens de genezing van aandoeningen die door een ongevoelig endorfinesysteem worden veroorzaakt. Het symptomatisch behandelen van ADD, ADHD en andere aandoeningen met een beloningsproblematiek kan nefaste gevolgen hebben. Zo blijkt dat het gebruik van stimulerende geneesmiddelen de kans op de ziekte van Parkinson aanzienlijk doet toenemen R

De verschillende receptoren en functies van het endorfine/dopamine beloningssysteem

Het feit dat we zo verslaafd zijn aan endorfine heeft te maken met onze eerste voeding als baby. Zowel moedermelk als koemelk bevatten melk-exorfinen. Alleen is dit bij koemelk zowat honderd keer hoger dan humane melk. Baby’s die opgevoed zijn met koemelk zullen dan ook sneller een ongevoeligheid van het beloningssysteem en endorfine ontwikkelen. Ook moeders die moedermelk geven, kunnen via deze route hun exorfinen belasting doorgeven aan hun baby. Deze baby’s hebben meestal een lage DPP-IV activiteit , waardoor ze sneller klachten ontwikkelen zoals reflux, darmkrampen, allergieën, astma, otitis media en chronische luchtweginfecties.

Het beloningssysteem werkt optimaal indien er aan drie voorwaarden wordt voldaan:

  1. De halfwaardetijd van de beloningsstof: dit is de tijd waarbij deze stof voor de helft is uitgewerkt. De halfwaardetijd van endorfine is 10 tot 20 minuten R , bij dopamine bedraagt dit één seconde R . Dit betekent dat er bij elke endorfine-activatie gedurende gemiddeld 15 minuten dopamine vrijkomt. Het rechtstreeks activeren van dopamine zou al na één seconde uitgewerkt zijn!  Vandaar de term ‘ endorfine/dopamine beloningssysteem’. Zonder endorfine zakt de afgifte van dopamine namelijk met meer dan 90%. De halfwaardetijd (werkingsduur) van endorfine neemt af indien het beloningsssyteem overgestimuleerd wordt. Dat kan door drugs, geneesmiddelen, alcohol maar ook door chronische stress! Wat betreft voeding hebben vooral suiker, alcohol, smaakversterkers en exorfinen dit effect R.
  2. De gevoeligheid van het endorfinesysteem: overstimulatie van het endorfine/dopamine beloningssysteem veroorzaakt een ongevoeligheid van het beloningssysteem. Op deze manier wordt er minder endorfine en dopamine geactiveerd.  Door dit tekort gaan we net die dingen opzoeken met de meeste endorfine en dopamine punten. Maar omdat het beloningssysteem ondertussen ongevoelig is, heeft men sterkere prikkels nodig. Het overstimuleren van dopamine wekt de productie op van CREB. Dit eiwit zorgt ervoor dat het beloningseffect nog meer wordt onderdrukt R. Om deze neerwaartse spiraal op te vangen moet men meer troostvoeding eten. Andere alternatieven zijn drugs en geneesmiddelen. Deze middelen hebben een tijdelijk effect met uiteindelijk een verergering van de ongevoeligheid problematiek.
  3. De werking van het DPP-IV enzym: Het DPP-IV enzym breekt de exorfinen uit voeding af en reguleert de gevoeligheid van endorfine R. Het DPP-IV enzym is een van de weinige enzymen met meerdere functies. Tot op heden zijn meer dan 70 substraat- functies bekend R. Helaas is dit enzym heel gevoelig voor allerhande remmende factoren zoals antibiotica, pesticiden en fluor. Maar ook bepaalde afbraakproducten van melk-exorfinen blokkeren de werking van dit enzym. Exorfinen zijn samen met suiker en smaakversterkers de belangrijkste voeding oorzaak van een ongevoelig beloningssysteem.Troostvoeding is het nieuwe opiaat en wel om drie redenen. Ten eerste is de totale exorfinen-concentratie in tarwe en melk de laatste decennia meer dan 5.000 % toegenomen (zie artikel: vroeger en nu). Ten tweede halen we 40 tot 60% van ons dagelijks calorieverbruik uit tarwe- en zuivelproducten. Tevens hebben we onze enige beschermfactor tegen exorfinen verzwakt, met name het DPP-IV enzym. Dit enzym wordt geremd door verschillende chemische stoffen. Zoals pesticiden, antibiotica, cholesterolverlagers, en fluor.

Endorfine en het DPP-IV enzym werken samen. De aandoeningen en klachten kunnen dan ook ingedeeld worden volgens de ernst van de endorfine-resistentie en de DPP-IV deficiëntie. In (min of meer) chronologische volgorde zijn dit: uitstelgedrag, motivatieproblemen, hechtingsproblemen, ADHD, ADD, depressie, verslavingen, eetstoornissen, gevolgd door borderline, neuropathie, autisme, fibromyalgie, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en (auto)immuun-ziekten. Daarentegen CVS, kanker, Alzheimer en de ziekte van Parkinson bevinden zich in het eindstadium. Bijna al deze aandoeningen gaan gepaard met een deficiënt werkend DPP-IV enzym (zie overzicht).

Summier overzicht van de functies en de aandoeningen van het endorfinesysteem