Print This Page

Gluten en zuivel, vroeger en nu

Vroeger en nu

Zuivel en gluten. Door genetische selectie is de concentratie exorfinen in tarwe en caseïne de laatste 50 jaar toegenomen. Ondanks dat vroegere culturen (bv. de woestijn nomaden) tot 80% van hun eiwitten haalden uit rauwe melk, is er een wezenlijk verschil met de huidige melk. Oudere koe-, geiten- en schapenrassen brachten uitsluitend A2 beta-caseïne melk voort R.  A2 melk bevat minder exorfinen R , deze melk bevat geen casomorphin- 5 en 7 (CM-7 is de meest schadelijke caseïne-exorfine). Omwille van de lage melkproductie van deze dieren, is men overgeschakeld op rassen die A1 melk produceren. Deze rassen produceren niet alleen veel meer melk, ze bevat grote hoeveelheden caseïne-exorfinen. Een deel van de bevolking kan deze exorfinen-belasting verwerken. Vermoedelijk functioneert bij hun het DPP-IV enzym optimaal, zodat de exorfinen worden afgebroken voor ze de bloedbaan bereiken. Echter door een overvloed aan DPP-IV remmende factoren, en de buitensporige consumptie van tarwe- en zuivelproducten, heeft het overige deel van de bevolking minder geluk. Zij kunnen deze exorfinen-belasting niet verwerken, vaak met psychische en somatische aandoeningen tot gevolg. Tarwe bevat zowat 23.000 verschillende eiwitten. Een deel daarvan (bv. gluten, glutenines, gliadine, exorfinen, lectines) zijn schadelijk.  Het overgrote deel van deze eiwitten niet is onderzocht, zodat we in de toekomst vermoedelijk meer verklaringen zullen vinden in de variatie van de gluten-gerelateerde aandoeningen. Er zijn meer dan 270 gluten-gerelateerde aandoeningen beschreven in de medische literatuur.