Print This Page

Exorfinen

Exorfinen

Het uitgebreide artikel met referenties kan u nalezen op de volgende pagina.

Exorfinen zijn morfine-achtige deeltjes uit gluten, zuivel, soja en spinazie. Exorfinen worden afgebroken door het DPP-IV enzym in de dunne darm, de bloedbaan en de hersenen. Bij mensen met een slecht werkend DPP-IV enzym worden de exorfinen onvoldoende geneutraliseerd en vervolgens opgenomen in de bloedbaan. Daar gedragen ze zich als ‘endorfine-imitators’ en hechten zich op de endorfine receptoren in het darmkanaal, de bloedbaan, de ingewanden, de luchtwegen en de hersenen. Exorfinen misleiden het endorfinesysteem R en verstoren daardoor de werking van dopamine, insuline, cortisol en het immuun-systeem.

Hersenactiviteit
Exorfinen wijzigen de hersenactiviteit. In een onderzoek werden twaalf kinderen met hyperactieve ADHD behandeld met een exorfinen-vrij eliminatiedieet. Bij alle kinderen normaliseerde de hersenactiviteit en het ADHD-gedrag R. De problematiek herbegon zodra ze opnieuw exorfinen consumeerden.

Exorfine junkies.
Exorfinen behoren tot de opioïden. Dit zijn stoffen die het beloningssysteem in de hersenen activeren door een korte maar heftige toename van endorfine en dopamine (gevolgd door een drop-down). In Amerika spreekt men soms van ‘exorphin-junks’, mensen die zodanig verslaafd zijn aan exorfinen dan ze geen gezonde voeding meer willen eten. Ook dieren reageren reageren met een gelijkaardige opiaat-ontwenning. Ratten die eenzijdig werden gevoed met een exorfinen-rijk dieet stierven nog liever dan over te schakelen op normale rattenvoedingR.

Schema: de endorfine receptoren zijn een van de drie activators van het dopamine beloningsssysteem

Exorfinen en morfine

De werking van exorfinen is vergelijkbaar met morfine en endorfine. De activiteit van deze opioïden hangt ervan af van welke receptoren ze bezetten en welke affiniteit ze uitoefenen op deze receptoren. Bijvoorbeeld morfine heeft een grotere affiniteit (hechtingskracht) op de endorfine receptoren dan endorfine. Dit betekent dat morfine meer endorfine receptoren activeert dan endorfine.

Mensen die langdurig worden behandeld met morfine, krijgen problemen met de werking van het endorfinesysteem. Deze mensen ontwikkelen al na een paar weken endorfine resistentie met de typische ADD-symptomen: problemen met de aandacht, erg gevoelig voor stress, wisselende gemoedstoestand en motivatieproblemen. Endorfine is een modulator of een stof die de vrijgave van andere neurotransmitters en hormonen reguleert. Door de ongevoeligheid (resistentie) van endorfine, neemt ook de werking van dopamine, insuline, cortisol en andere signaalstoffen af.

Iets gelijkaardig gebeurt bij mensen met een exorfinen belasting. Exorfinen hechten op dezelfde endorfine receptoren dan morfine, maar dan met een wisselende affiniteit. In de hersenen R hebben exorfinen een grotere affiniteit dan in het darmkanaal R en een acht keer kleinere affiniteit dan morfine. Dr. Forest Tennant deed onderzoek bij patiënten die tien jaar of langer morfine kregen toegediend. Daarvan ontwikkelde 12,5% van de patiënten fibromyalgie R.  Exorfinen werken dus zoals geneesmiddelen, maar dan alleen bij mensen met een DPP-IV enzym probleem. Dit enzym breekt de exorfinen af, zowel in de bloedbaan, de hersenen en elders.

Alle DPP-IV enzym remmende factoren leiden tot een opstapeling van exorfinen, waardoor de werking van het endorfinesysteem afneemt. Een van deze functies is het stimuleren van de dopamine uitstoot. Kijken we bijvoorbeeld naar ADD/ADHD zien we dat deze mensen de hoogste pesticiden concentraties in het bloed hebben R. Pesticiden zijn DPP-IV remmers R en R2, net zoals antibiotica, smaakversterkers en kwik dat ook zijn. We hoeven dus niet zo ver te zoeken om de oorzaken van de dopamine problematiek te vinden.
Maar waarom worden deze pesticiden dan niet door alle mensen ‘opgeslagen’ in hun lichaam? Het antwoord op deze vraag kwam van een geheel onverwachte hoek. Uit onderzoek bij apen bleek dat gluten de ontgifting van lichaamsvreemde stoffen blokkeert R. Althans bij de apen die een genetisch conflict hadden met gluten. Zowat 40% van de bevolking heeft namelijk genen die tot coeliakie kunnen leiden R. Maar 1% daarvan ontwikkelt daadwerkelijk deze ziekte. Wetenschappers gaan ervan uit dat het overige deel van deze mensen andere complicaties kunnen ontwikkelen. Zoals bijvoorbeeld het opstapelen van pesticiden.

Schema: de psychische kenmerken van een langdurige morfine behandeling en exorfinen belasting komen overeen.

Exorfinen en endorfine

Endorfine is een centrale modulator. Dit betekent dat endorfine de gevoeligheid en de hoeveelheid van andere signaalstoffen, zoals dopamine, cortisol en insuline reguleert. Verder zorgt endorfine voor de rijping van lymfocyten zodat het lichaam voldoende afweer heeft tegen virussen, schimmels, infecties en kanker. Door de concurrentie activiteit van exorfinen neemt niet alleen de werking van endorfine af, maar ook deze van signaalstoffen die door het endorfinesysteem worden gemoduleerd. De klachten bouwen zich geleidelijk op tot syndroomaandoeningen. Dit betekent dat er meerdere signaalstoffen zijn die hun werking beginnen te verliezen. In de klassieke geneeskunde heeft men het dan over chronische, degeneratieve en psychische aandoeningen.

Exorfinen veroorzaken een sterke activatie van het endorfinesysteem en alle stoffen die door endofine worden gemoduleerd. Deze hyper-activatie leidt tot een genetisch adaptatie mechanisme waarbij de genen de gevoeligheid voor deze stoffen verminderen. Concreet betekent dit dat iemand met een hoge exorfinen belasting allerlei klachten kan ontwikkelen. In de eerste fase voelt iemand zich sneller moe, de aandacht verslapt en de motivatie is moeilijker vol te houden. Vervolgens neemt de stress-weerstand af,  de suikerbehoefte neemt toe en worden er spierspanningen opgebouwd in het lichaam (bv. nek- of rugpijn).. Ook kunnen er immuunproblemen optreden zoals inhalatie-allergieën, astma en allergieën.

Exorfinen en stress

Exorfinen verminderen de stress-weerstand. In de eerste fase neemt endorfine toe, wat een rustig gevoel tot gevolg heeft. In de tweede fase – zodra de endorfine resistentie zich begint op te bouwen – neemt de stress-weerstand af.
Endorfine is het eerste anti-stress hormoon. Het kan al na een paar seconden de stress-reactie stopzetten. Dit in tegenstelling tot cortisol dat er 20 tot 60 minuten over doet. Zodra de endorfine resistentie opbouwt, moet er steeds meer cortisol aan te pas komen om de stress-respons stop te zetten R.
Endorfine heeft hier drie functies. Het is de eerste anti-stress buffer (eerste hulp bij stress-ongevallen). Bij een goede endorfine werking hoeft er bijna geen cortisol vrij te komen. Ten derde vormt endorfine een bescherming tegen de afbraak van cortisol-neuronen in de hippocampus. Dit deel van de hersenen wordt door cortisol geactiveerd om de stress-respons stop te zetten. Maar een teveel van het neurotoxische cortisol zorgt ervoor dat de hippocampus deze stop-functie niet meer kan uitvoeren (zie afbeelding). Tevens ontstaat een cortisol resistentie. Ook al toont lab onderzoek aan dat voldoende cortisol circuleert, kan het best zijn dat cortisol ‘werkloos’ is geworden door een gebrek aan cortisol receptoren (= cortisol resistentie).

DPP-IV remmers en stress
Er is een duidelijk verband tussen het DPP-IV enzym dat de exorfinen afbreekt en de toename van de stress-hormonen. De meeste DPP-IV remmende factoren zorgen voor een toename van GLP-1. Dit insuline regulerende hormoon zorgt voor een verhoging van het CRH stress-hormoon R. Dit hormoon activeert de andere stress-hormonen in de HPA-as.  Mensen met een exorfinen belasting ervaren dus een sterke toename van de stress-hormonen, zonder dat er reële stress hoeft bij te pas te komen. Hun stress-systeem is dusdanig belast dat ze minder weerstand hebben als zich een reële stress-situatie voordoet. Ze kunnen dus erg snel overstuur raken door prikkels of situaties die voor andere mensen minder belastend blijken te zijn.

High van allergieën?
CRH maakt de aan de T-lymfocyten gebonden endorfine los R, zodat het beschikbaar wordt voor andere processen. Dit verklaart waarom mensen met een type 4 allergie (bv. ADD en ADHD) vaak die voedingsstoffen kiezen die endorfine vrijmaken. Echter de werking van endorfine is zoals steeds afhankelijk van de beschikbaarheid van de endorfine receptoren. Een  type 4 allergie komt vaak voor bij mensen met niet detecteerbare voedselovergevoeligheden. Het kan niet opgespoord worden via de traditionele allergie testen omdat bij type 4 geen antistoffen worden aangemaakt.

Oorzaken

Exorfinen blijven actief als het DPP-IV enzym dat de exorfinen moet afbreken niet goed werkt en/of als er teveel exorfinenmoeten verwerkt worden. De factoren die hierin een rol spelen zijn:

  • De toegenomen consumptie van tarwe en zuivel
  • Veredeling van de tarwegranen (tarwe bevat 5 tot 10 keer gluten-exorfinen dan 100 jaar geleden). Wijziging van A2-caseïne-melk naar de A1 variant. Hierdoor nam de hoeveelheid melk-exorfinen met meer dan 5.000 % toe (zie artikel vroeger en nu)
  • De activiteit van het DPP-IV enzym wordt geremd: cortiisol (stress) en verschillende chemische stoffen treden op als een DPP-IV enzym remmer zoals geneesmiddelen, smaakversterkers,  organofosfaten, fosforzuur in frisdranken en vaccins met thimerosal

Algemeen kan gesteld worden dat onze moderne levenswijze en het veelvuldig gebruik van chemische stoffen de voornaamste oorzaak is van de DPP-IV enzym, exorfinen en endorfine problematiek.

Exorfinen onderzoek 

Exorfinen worden gemeten aan de hand van een urine onderzoek. Op deze manier kan men bepalen welke exorfinen actief blijven. Bij ongeveer 35% zijn alleen de exorfinen uit caseïne of uit gluten actief. Het overige deel van de mensen met klachten van het endorfinesysteem hebben last van meerdere exorfinen.

Voordelen van het exorfinen onderzoek

  • Vergemakkelijkt het eliminatiedieet: niet iedereen moet een volledig exorfinen-vrij dieet volgen
  • Geeft informatie over de belasting van het stress- en het endorfinesysteem
  • Geeft informatie over de ernst van de te verwachten opiaat-ontwenning
  • Onderzoekt ook de exorfinen uit schimmels. Bij ongeveer 5% van onderzochte stalen werden schimmel-exorifnen gevonden. Deze stoffen veroorzaken een snelle resistentie van het endorfinesysteem R. Schimmel-exorfinen treft men aan bij mensen met kern-autisme, CVS, fibromyalgie, verwardheid en waanbeelden (bv. stemmen horen).