Print This Page

Epigenetische factoren

Epigenetische factoren

Een epigenetische factor is een invloed die de werking van genen beïnvloedt. We kunnen hierbij onderscheid maken tussen gunstige en de ongunstige factoren.

  1. Gunstige factoren: verbeteren de werking van de genen. Voorbeelden zijn voldoende lichaamsbeweging, biologische voeding, een exorfinen-vrij dieet en genomeceuticals.
  2. Ongunstige factoren: benadelen de authentieke werking van de genen. Voorbeelden zijn chronische en belastende stress, exorfinen, chemicaliën en onvoldoende beweging. (zie onderstaande animatie)

Genen

Genen hebben een reproductieve functie. Ze reproduceren de erfelijke eigenschappen van de ouders tijdens de bevruchting (bv. de haarkleur). Bovendien besturen de genen de reproductie van eiwitten zoals de aanmaak van neurotransmitters hormonenreceptoren en enzymenWorden we bijvoorbeeld verondersteld blij, ontspannen of opgewonden te zijn, dan bepaalt de kwaliteit van de endorfine en dopamine genen of we deze gevoelens daadwerkelijk kunnen oproepen. Wordt het endorfinesysteem daarentegen ‘gekaapt’ door lichaamsvreemde endorfines (exorfinen) verminderen deze positieve gevoelens en raken we steeds verder uit evenwicht.
De werking van onze genen wordt beïnvloedt door epigenetische factoren. Sommige van deze invloeden veranderen de authentieke genregulatie, waardoor de eiwit aanmaak wordt verstoord. Een voorbeeld is resistentie, dit is de afgenomen gevoeligheid voor lichaamseigen signaalstoffen

Toenemend aantal jonge mensen met een chronische  aandoening

Volgens de officiële instanties wordt de toename van het aantal chronische ziekten vooral mogelijk gemaakt door de vergrijzing. Bekijken we de statistieken zien we dat jonge mensen steeds vaker het slachtoffer worden van een chronische aandoening zoals bijvoorbeeld  ADD/ADHD, depressie, overgewicht, astma en allergieën. De toename van de chronische ziekten wordt mogelijk gemaakt door een samenloop van omstandigheden:

  • Ongezonde leef- en voedingsgewoonten (bv. onvoldoende beweging en eenzijdige voeding)
  • Het toenemend gebruik van chemicaliën en het minimaliseren van de schadelijkheid van deze stoffen (bv. smaakversterkers vernielen het endorfinesysteem R)
  • Het gebrek aan interesse in preventieve- en natuurgeneeskunde (bv. diëten worden niet gepromoot omdat deze behandeling geen commerciële meerwaarde biedt)
  • Het ‘officiële’ voedingsadvies is achterhaald (bv. melk wordt nog steeds aangeprezen als ‘gezond’ terwijl onderzoek aantoont dat niet-humane melk niet geschikt is na de neonatale fase)
  • Het overmatig gebruik van geneesmiddelen (bv. antibiotica remmen de werking van het DPP-IV enzym R). De klassieke zorgverlening staat teveel in dienst van het oplossen van ‘symptomen’ in plaats van het behandelen van ‘oorzaken’.

Omkeerbaarheid

Een aandoening die wordt veroorzaakt door een verworven of erfelijke epigenetische toestand is in heel wat van de gevallen omkeerbaar zodra men de werking van de genen herstelt. Voorbeelden:

  • Caseïne gemedieerde aandoeningen zoals astma en chronische luchtweginfecties
  • Exorfinen gemedieerde aandoeningen zoals ADD/ADHD, depressie en stress-overgevoeligheid
  • DPP-IV enzym gemedieerde aandoeningen zoals CVS, fibromyalgie