Print This Page

Endorfine systeem – Functies

Endorfine functies

(Keer terug naar de endorfine pagina)

Het endorfinesysteem is in de eerste plaats een modulator. Het activeert en remt de werking van verschillende neurotransmitters, hormonen, immuuncellen, ontstekingsstoffen en genen. Verder is endorfine betrokken bij allerhande processen; kanker, stressweerstand, neurogenese, celherstel, het opruimen van oxidatieve stress, vruchtbaarheid, anti-aging, pijnmodulatie, zintuiglijke prikkels, motoriek, geheugen, hechting en socialisatie.

  • Het evenwicht tussen estradiol en progesteron blijkt bij vrouwen de werking van het endorfinesysteem mee te bepalen R. Dit zou kunnen verklaren waarom (langdurig gebruik van) de anticonceptiepil nadelig is voor de werking van endorfine.
  • Endorfine neemt binnen de epigenetica een belangrijke plaats in omdat het betrokken is bij het DNA-herstel en de informatieoverdracht naar genen. Vanwege de veelzijdigheid van endorfine zijn heel wat aandoeningen in feite familie van een gelijkaardig endorfine probleem.
  • Het endorfinesysteem is een belangrijke activator van het dopamine beloningsssyteem R en de immuuncellen. Dit zou kunnen verklaren waarom zoveel mensen met ADD/ADHD en ASS te kampen hebben met kanker en allerhande immuunproblemen (bv. allergieën en astma).

Voorbeelden

  1. Endorfine regelt de uitstoot en de gevoeligheid van dopamine R en verschillende neurotransmitters en hormonen (bv. insuline, adrenaline, noradrenaline, cortisol, serotonine en GABA)
  2. Het activeert het dopamine-beloningscentrum R (motivatie)
  3. Het stimuleert de vrijgave van oxytocine R .
  4. Het is een anti-aging stof. (door het opruimen van oxidatieve stress R en bescherming van het huid R)
  5. Het bevordert het zichtvermogen R.
  6. Het is een neurotrofine R en een belangrijke beschermingsfactor tegen dementieR en de ziekte van Parkinson R.
  7. Het ruimt stikstofmonoxide op R (nitric oxide of NO). Mensen met ADD/ADHD hebben verhoogde NO waarden R.
  8. Het is een natuurlijke antidepressant R.
  9. Endorfine is het snelst werkende antistress hormoon R. Het bevordert tevens de coping R. De mate dat een coping succesvol is, hangt af van de werking van het endorfinesysteem R .
  10. Het regelt de gevoeligheid van de zintuiglijke en emotionele gewaarwordingen R .
  11. Het reguleert de arousal R (hypoarousal en hyperarousal)
  12. Het is een natuurlijk antihypertensivum R (bloeddruk verlager)
  13. Het heeft een maagzuur remmende functie R.
  14. Het is een homeostase R en allostase regulator R en reguleert de hoeveelheid energie R .
  15. Het regelt de motoriek R (afgenomen functie: impulsiviteit R, restless legs R)
  16. Het regelt de thermoregulatie R.
  17. Het is betrokken bij wondheling R en beschermt tegen zonnestraling R.
  18. Het heeft een pijnmodulerende functie R .
  19. Het gaat oxidatieve stress tegen (verlaagt superoxide R). Toegenomen superoxide dismutase activiteit verhoogt de gevoeligheid voor endorfine R . Dit betekent dat een afgenomen superoxide dismutase activiteit de gevoeligheid voor endorfine en dopamine doet afnemen, zoals wordt gezien bij ADD/ADHD R.
  20. Het moduleert de expressie van diverse anderen genen R , epigentische factorenR en receptoren.
  21. Het herstelt DNA R en regelt de (epigenetische) informatie overdracht naar verschillende genen R.
  22. Het regelt het herstel van neuronen (neurogenese R), cellen R, receptoren en weefsels. Een van de ‘verloren’ functies van endorfine is de aangroei van ledematen. Bij reptielen (bv. salamanders) reguleert endorfine de regeneratie van de staart na verlies R.
  23. Het beschermt de hippocampus R tegen een cortisol (over)belasting. (teveel cortisol remt de werking van het endorfinesysteem R)
  24. Het is een immuun-regulerende stof die onder meer betrokken is bij de regulatie van chemokines R, cytokines R, natural killer cellen R, interferon gamma R, histamineR en prostaglandines R. Het activeert de rijping van lymfocyten R en regelt de antigeen presentatie R (allergieën, immuunaandoeningen).
  25. Het biedt het lichaam op diverse manier bescherming tegen kanker. Een publicatie in 2011 bij muizen met geïnjecteerde longkankercellen, wees uit dat optimalisatie van het endorfinesysteem de tumorgroei in de longen met 80% remde R.
  26. Het regelt de gevoeligheid van insuline R. Het endorfinesysteem en het DPP-IV enzym zijn twee belangrijke factoren in het voorkomen en genezen van insuline resistentie R en diabetes R. De verhoogde insuline productie die de insuline resistentie vooraf gaat, wordt veroorzaakt door overstimulatie door exorfinen (uit zuivel en glutenR. Onderzoek wijst uit dat na een maaltijd met tarwe (exorfinen) de bloedsuikerspeigel gedurende 9 uur blijft toenemen (hyperglycemieR .
  27. Het bevordert de vruchtbaarheid R .
  28. Het regelt de darmperistaltiek R en de slokdarmperistaltiek R (reflux)
  29. Het activeert de werking van verschillende geneesmiddelen: bv. antidepressiva R en amfetamine-derivaten R en drugs R. Het gebruik van deze geneesmiddelen vermindert op termijn de werking van het endorfinesysteem R en R2.
  30. Het bevordert het leerproces R, aandacht R, inprenting R en het geheugen R.
  31. Het bevordert hechting R en sociaal R gedrag, is angstremmend R en R2 en een emotionele regulator R. Muis-puppies zonder endorfine receptoren zijn niet geïnteresseerd in hun biologische moeder R . Ook is de hoeveelheid dopamine bij mensen met een sociale problematiek gedaald, wat het verband tussen endorfine en dopamine benadrukt R.
  32. Het activeert het placebo-effect R. Exorfinen verhogen cholecystokinine R. Dit hormoon verlaagt dopamine R en blokkeert de endorfine receptoren R. Een teveel aan cholecystokinine activeert op deze manier het nocebo-effect R.
  33. Het is een beschermfactor tegen eetstoornissen R, verslavingen R en dwangmatig gedrag R.
  34. Het integreert het leerproces in angstsituaties R . (bij een falend endorfinesysteem krijgt de angst prioriteit op het leerproces)
  35. Het beschermt tegen het grijs worden van haar R en regelt de huidpigmentatie R.
  36. Endorfine en met-enkephaline stimuleren de chemotaxis van de mononucleaire cellen R .
  37. Het endorfinesysteem is een epigenetische activator van de BDNF mRNA expressie. Dit betekent dat de endogene opioïden de genetische werking van BDNF activeren R.
  38. Het endorfinesysteem is direct betrokken de aanmaak (steroidogenese) en de vrijgave van steroiden R    R2  . Opioïden hebben over het algemeen een remmend effect maar ze kunnen ook een stimulerend effect hebben. Een van de tussen-regulators is ACTH (een stresshormoon) R . Oestrogeen en progestron zijn directe regulators van de endorfine receptoren. Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom vrouwen met oestrogeen/progesteron verstoringen vaak problemen hebben met de werking van het endorfinesysteem. De anticonceptiepil is een van de belangrijkste hormonale verstoorders van het endorfinesysteem. Dat de respons oestrogeen gebonden is wijst een andere studie uit. Vrouwen met een hoge oestrogeenspiegel maken meer stresshormonen aan (ACTH en cortsiol) als een ze opiaatantagonist krijgen toegediend dan vrouwen met een lage spiegel of mannen R .
  39. De endorfinereceptoren reguleren de pijnperceptie via de hersenstam (primitieve hersenen) en geven deze signalen door aan het midden-brein R .
  40. Het seksuele verlangen (libido) wordt gereguleerd via de receptoren van het endorfinesysteem R. De tussen-regulator blijkt de hoeveelheid neutrofiele granulocyten te zijn. Muizen bij wie de neutrofiele granulocyten werden geblokkeerd bleken geen paargedrag meer te vertonen R  R2.