Print This Page

Onze visie op gezondheid

Het verband tussen de toename van astma, hooikoorts en allergieën bij kinderen en voeding

Eén op vijf jonge kinderen lijden aan een of andere vorm van allergie. Dat is een verdubbeling in vergelijking met 20 jaar geleden, zo zegt prof. Hugo van Bever van de kinderafdeling van het UZ Antwerpen R . Zeven procent van de kinderen heeft astma R en 15 tot 20 procent van de schoolgaande jeugd heeft te maken met hooikoorts R. Volgens onderzoekers ontstaat de aanleg om allergieën of astma te ontwikkelen tijdens de zwangerschap en de eerste zes maanden na de geboorte. Wat is nou het verband met voeding?.

Er zijn twee begrippen die een sleutelrol blijken te spelen bij het verband tussen voeding en allergische aandoeningen: exorfinen en het DPP-IV enzym. Exorfinen zijn morfine-achtige stofjes uit gluten, melkeiwit (caseïne), soja en spinazie. Ze activeren endorfine en het dopamine beloningssysteem. Voorbeelden zijn brood, pasta, melk, kaas, koekjes en roomijs.
Het DPP-IV enzym breekt de exorfinen af. Net zoals het lactase enzym in de darm lactose afbreekt. Bij mensen met een slecht werkend DPP-IV enzym worden de exorfinen minder goed afgebroken en opgenomen in de bloedbaan R . Ze veroorzaken een forse toename van endorfine en dopamine, althans het eerste uur. Daarna blokkeren ze de werking van deze twee stoffen, waardoor we nog meer van dat lekkers willen eten. Onderzoekers ontdekten dat mensen met een DPP-IV enzym probleem alsmaar meer exorfinen gaan consumeren. Dat doen ze om hun endorfine en dopamine peil aan te vullen. Loopt het uit de hand dan spreken we van een verslaving of een stoornis. Voorbeelden zijn eetstoornissen, overgewicht, ADD/ADHD, autisme en borderline. Het overzicht van de aandoeningen die verband houden met een exorfinen overbelasting treft u aan op deze pagina.

Hoe ontstaat de aanleg voor astma of een allergie?

Onderzoekers namen het bloed van gezonde (niet-allergische) mannen tussen 25 en 30 jaar R . Ze voegden melk-exorfinen toe en wachten af. Vervolgens onderzochten ze de PBMC’s, dit zijn bloedcellen die een centrale rol spelen in ons immuun-systeem tegen de verdediging van indringers (bv. bacteriën en virussen) en het ontstaan van allergische reacties. Uit dit onderzoek bleek dat de rijping van de PBMC’s afnam, wat betekent dat de weerstand van het immuun-systeem verminderde. Ook namen bepaalde stoffen toe (bv. cytokines) die betrokken zijn bij allergische reacties. Het gezonde bloed van deze mannen veranderde in het proefbuisje in bloed met een allergisch profiel. En dit op een tijdsduur van minder dan twaalf uur! Eerder toonden onderzoekers aan dat de immuun-cellen worden bestuurd door het endorfinesysteem R . Morfine-achtige stoffen verminderen de werking van endorfine, waardoor het immuun-systeem in de war raakt. Deze verstoring begint al in de baarmoeder bij moeders met een exorfinen-overbelasting.

Zo moeder, zo kind

In deze studie wou men nagaan of er een verband was tussen het ontwikkelen van een atopische aandoening bij het kind (allergie, astma, huiduitslag…) en de allergische toestand van de moeder R. De onderzoekers stelden vast dat 46% van de kinderen met een allergische moeder een atopische aandoening ontwikkelde. Bij de gezonde moeders was dit trouwens nul procent. Alle moeders gaven borstvoeding. Helaas vergat men in deze studie de exorfinen te onderzoeken. Dat deed men wel in het volgende onderzoek.

In dit onderzoek kregen de baby’s ook borstvoeding R . Men ontdekte dat de kinderen die wél een atopische aandoening ontwikkelde, verschilden van de gezonde kinderen op twee cruciale punten. Ze hadden beduidend meer melk-exorfinen dan de gezonde kinderen en bovendien was de werking van hun DPP-IV enzym sterk afgenomen. Weet u nog, het enzym dat de exorfinen zou moeten afbreken…. Met andere woorden de onderzoekers konden aantonen dat de hoeveelheid exorfinen die de moeder doorgeeft via de moedermelk bepalend is voor het ontwikkelen van astma, allergieën, huiduitslag of een andere atopische aandoening.
Nochtans is moedermelk niet de oorzaak van het probleem. Immers koemelk bevat 300 keer meer exorifnen dan moedermelk. De ware oorzaak is gelegen in de afgenomen werking van het DPP-IV enzym bij de baby’s. Dat werking van dit enzym wordt geremd door stoffen die niet in ons lichaam thuishoren. Voorbeelden zijn pesticiden, fluor, antibiotica en nog meer fraais. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen die de eerste zes maanden antibiotica krijgen twee keer meer kans hebben om astma te ontwikkelen R . Het volledige overzicht van de DPP-IV remmende factoren treft u aan op deze pagina.

Het verband met ADD, ADHD en autisme

Twaalf Russische wetenschappers onderzochten het verschil tussen moedermelk en poedermelk bij baby’s R . Eerder werd al aangetoond dat koemelk en poedermelk tot 300 keer meer melk-exorfinen bevat dan moedermelk. Zowat 30 procent van de baby’s die poedermelk kregen hadden een psychomotorische achterstand,, tegenover 3 procent van de baby’s met moedermelk. Volgens een studie die werd uitgevoerd in 2012 was er een sterke verbetering van de symptomen van kinderen met autisme die een exorfinen-vrij dieet volgden R  .

Zowat 8% van de kinderen krijgt te maken met ADD, ADHD en autisme. Zou er een verband zijn met exorfinen en factoren die de werking van het DPP-IV enzym remmen? Immers het DPP-IV enzym zorgt ervoor dat exorfinen de werking van endorfine en dopamine niet kunnen verstoren. Neem nou pesticiden. Deze chemicaliën behoren tot de enzym-remmers. Ze blokkeren een enzym in insecten, parasieten en schimmels dat zorgt voor de DNA-hernieuwing, waardoor de cellen afsterven. Met een insecticide spuitbus helpt u op deze manier elke mug binnen een paar seconden naar het hiernamaals. Antibiotica werkt op een gelijkaardige manier… Uit onderzoek blijkt dat kinderen met ADD/ADHD tien keer meer pesticiden in hun bloed hebben dan andere kinderen R . Landbouwers hebben door het gebruik van pesticiden zeven keer meer kans op een depressie dan andere mensen R . Gaat er al een lichtje branden?

Waarom is dit niet meer bekend?

Deze vraag krijgen we vaak te horen, ook van artsen. Daar zijn een aantal antwoorden op te geven. Ten eerste krijgt een arts twee uur voedingsleer in zijn opleiding (of is het nu al vier uur?). Ten tweede is alles wat met voeding te maken heeft geen reguliere behandeling. Een arts geeft pillen, daarvoor zijn ze opgeleid. Het probleem is dat voeding nu eenmaal niet tot het domein van de geneeskunde behoort. Wat betekent dat het wordt doodgezwegen. Ook al zijn er talrijke wetenschappelijke onderzoeken die de rol van voeding in het voorkomen en genezen van aandoeningen aantonen. Greenmedinfo - een Amerikaanse website – heeft de grootste wetenschappelijke databank in de natuurkundige behandeling van aandoeningen. Wist u dat 95 procent van de publicaties met natuurkundige behandelingen, ook al voldoen ze aan alle wetenschappelijke criteria, niet worden opgenomen in de medische databanken? Of wat dacht u van een Italiaanse farmacoloog die er in slaagde om twee studies te publiceren waarbij hij aantoonde dat het eten van pizza’s de kans op hartfalen en kanker verminderde? Deze studies werden wél gepubliceerd in de medische databanken R   R2 .  Nee dit is helaas geen grap….

De vier reguliere standaard antwoorden op een eliminatiedieet

1.. Het eliminatiedieet is te belastend
Antwoord: 95 % van de cliënten houden het dieet vol. Omdat eenmaal ze de heilzame effecten ervaren niet meer willen overschakelen op geneesmiddelen.
2. Het beperkt de sociale vrijheid van mijn kind op school, familiefeesten en trouwfeesten.
Antwoord:,  Door het dieet leert het kind opnieuw sociaal fuctioneren. Op school wordt het kind minder gepest en kan het de leerstof beter volgen.
3. Het eliminatiedieet is duur
Antwoord:Het kost minder dan de westerse voeding omdat men geen overbodige poducten aankoopt. Het kost minder dan een medicinale behandeling.
4.. Het is niet wetenschappelijk, anders zou iedereen het doen.
Antwoord: er zijn voldoende onderzoeken die aantonen dat exorfinen meer dan 200 aandoeningen veroorzaken.

Neem zelf je gezondheid in handen

Praktijk Exendo is gespecialiseerd in de problematiek van het endorfinesysteem. Een overzicht van deze aandoeningen treft u aan op deze pagina. Hierbij maken we gebruik van een uitgebreide anamnese, exorfinen onderzoek en een specifieke toepassing van het QEEG om in ‘real time’ de toestand van de stressweerstand in kaart te brengen. Waarom nemen we een QEEG? Bij mensen met een exorfinen/endorfine probleem reageren de hersengolven op een heel andere manier op stress. Immers endorfine is het snelst werkende stresshormoon. Op een aantal seconden kan endorfine een prikkel filteren. Net om deze reden hebben mensen met ADD/ADHD, autisme, stress-stoornissen en eetstoornissen een endorfine probleem. Iemand eet bijvoorbeeld vaker brood, kaas en koekjes om zichzelf tot rust te brengen. Exorfinen zijn eetbare stress-remmers.
Lucas Flamend werkt samen met psychiater Age Smilde en heeft praktijk te Lier (België) en Joure (Nederland).

Meer over het exorfinen-onderzoek treft u aan op deze pagina.

Een overzicht van de (epigentische) omgevingsfactoren die de werking van endorfine beïnvloeden vindt u terug in het onderstaande (aanklikbare) schema.

Vervolg homepage.